Mijn verhaal – deel 1
Er valt inmiddels zoveel te vertellen over de weg naar BURGANT dat ik heb besloten mijn verhaal in drie delen te schrijven.
Dit eerste deel gaat over waar het voor mij begon. Over Schoonhoven, het goudsmidsvak, Noordbroek en het moment waarop ik langzaam begon te ontdekken wat er eigenlijk allemaal in mij zat.
Want voordat BURGANT kon ontstaan, moest Margriet eerst haar eigen weg vinden.
Het begon in Schoonhoven
Ik ben Margriet Burger-Schouten, oprichter en meestergoudsmid van BURGANT. Ik ben gediplomeerd goudsmid, klassiek opgeleid en werk inmiddels al meer dan 35 jaar in dit prachtige vak.
Maar als meisje wist ik helemaal niet dat dit mijn toekomst zou worden.
Toen wij naar Schoonhoven verhuisden, zei mijn klassenleraar op de MAVO tegen mijn ouders:
“Margriet is zo creatief, ga eens kijken bij de Burg. van Atenschool in Schoonhoven.”
Dat ene advies bleek achteraf behoorlijk bepalend voor mijn leven.
Ik was creatief, werkte graag met mijn handen en vond het heerlijk om dingen te maken.
Zo kwam ik terecht in de wereld van goud, zilver, edelstenen en het goudsmidsvak.
Klassiek opgeleid
Ik had het geluk dat ik destijds een ontzettend brede, klassieke opleiding kreeg.
Zes jaar praktijk en theorie.
We leerden edelmetalen bewerken: zagen, vijlen, solderen, vormen en allerlei versieringstechnieken. Maar ook ontwerpen, technisch tekenen, legeringsrekenen, kennis van edelmetalen en edelstenen, het zetten van stenen en zelfs horlogetechnieken.
Daarnaast kregen we vakken als boekhouden, bedrijfsrekenen, handelskennis, bedrijfseconomie en recht- en wetskennis.
Een stevige basis dus.
Maar daarna begon het echte leren pas.
Ik deed praktijkervaring op bij onder andere Zilverstad, Atelier Niekerk en verschillende juweliers en goudsmeden. Daar heb ik ontzettend veel geleerd van collega’s die het vak iedere dag uitoefenden.
Want in dit ambacht moet je vooral:
meters maken.
Heel veel meters.
Je kunt op school leren hoe iets technisch hoort, maar de praktijk leert je wat er gebeurt wanneer het nét anders loopt.
Bij solderen kan in een tiende van een seconde een deel van je werkstuk smelten of zelfs in elkaar storten. Meestal kun je dat weer oplossen, maar daar kunnen vervolgens uren extra werk in zitten.
Bij het zetten van edelstenen kan een steen beschadigen, afbrokkelen of breken.
En ja, dat kan ook bij een diamant.
Na heel veel uren leer je steeds beter aanvoelen wanneer je nog nét iets verder kunt gaan en wanneer je moet stoppen.
Dat is ervaring.
Meer dan 35 jaar later
Inmiddels durf ik gewoon te zeggen:
ik ben heel goed in mijn vak.
Dat vond ik vroeger eerlijk gezegd veel moeilijker om over mezelf te zeggen.
Ik beheers de klassieke goudsmidstechnieken en heb door de jaren heen veel geïnvesteerd in goed gereedschap en professionele machines.
Niet omdat machines het ambacht overnemen.
Juist niet.
Goed gereedschap helpt je om beter uit te voeren wat je met je kennis en je handen wilt maken.
Ook het zetten van edelstenen heb ik mij steeds verder eigen gemaakt. Veel zetwerk doe ik tegenwoordig onder de microscoop.
Diamanten, saffieren, smaragden en andere bijzondere edelstenen verwerken vind ik nog steeds een feest.
Ik kan er ook eindeloos over praten.
Mijn vak vraagt concentratie. Ik loop een groot deel van de dag met mijn hoofdloep op mijn hoofd en zit het liefst rustig aan mijn werkbank.
Daar ben ik op mijn plek.
Noordbroek
Een van de beste beslissingen die wij als gezin hebben genomen, was onze verhuizing naar Noordbroek.
Daar kwam rust.
Ruimte.
De kinderen waren nog jong en ik kreeg langzaam ook weer tijd voor mezelf.
Ik deed veel vrijwilligerswerk, was betrokken bij allerlei dingen en begon mezelf eigenlijk opnieuw te ontdekken.
Als ik er nu op terugkijk, denk ik weleens:
ik was misschien wel een ruwe diamant.
Alles zat er waarschijnlijk al in.
Maar het moest nog worden ontdekt, gevormd en geslepen.
Toen Marit naar school ging, kreeg ik ineens een paar uren waarin ik zelf kon bepalen wat ik ermee deed.
En juist daar begon iets belangrijks.
Dat kan en moet beter
Als de kinderen op school waren, kroop ik achter de computer.
Ik keek wat andere goudsmeden aanboden. Hoe presenteerden zij hun werk? Hoe zagen hun websites eruit? Wat vond iemand eigenlijk wanneer hij online zocht naar een bijzonder sieraad?
En heel eerlijk?
Ik vond veel van wat ik zag behoorlijk belabberd.
Niet het vak.
Juist niet.
Ik begon steeds sterker te beseffen hoe bijzonder ons vak eigenlijk is.
Maar dat zag je nauwelijks terug.
Ik dacht:
dat kan beter. Dat móét beter.
Misschien begon daar mijn ondernemerschap wel echt.
Niet vanuit een groot bedrijfsplan, maar vanuit het gevoel dat ik iets kon en dat ik het graag op mijn eigen manier wilde gaan doen.
In 2008 veranderde er iets
In 2008 overleed mijn vader.
Dat verlies zette mij ook aan het denken over hoe je iets van iemand die je dierbaar is tastbaar bij je kunt houden.
Wat kan een persoonlijk voorwerp of een sieraad daarin betekenen?
Ik begon te onderzoeken wat er destijds rondom overlijden en tastbare herinneringen mogelijk was. De woorden die we daar tegenwoordig voor gebruiken, waren toen nog nauwelijks gangbaar.
Maar ik voelde wel:
dit kan persoonlijker.
Wanneer je iets maakt dat verbonden is met iemand die er niet meer is, maak je niet zomaar een sieraad.
Daar zit een mens achter.
Een leven.
Liefde.
Een verhaal.
In datzelfde jaar begon ik mijn eigen atelier:
Goudsmid Margriet.
Mijn vak kende ik inmiddels.
Maar ondernemen?
Dat moest ik nog leren.
En daar begint deel 2.
Margriet Burger-Schouten
Oprichter & meestergoudsmid
Klassiek opgeleid | meer dan 35 jaar vakervaring
BURGANT